Bijlage 2 De vier functies van pastorale zorg

In deze bijlage werk ik de vier pastorale functies helen, bijstaan, begeleiden en verzoenen wat dieper uit.

2.1 Helen

‘Dit zijn de mogelijke positieve effecten die een pastorale relatie heeft voor de heelwording of integratie van mensen met het oog op hun geestelijke gezondheid en hun welbevinden in de ruimste zin van het woord.’[93]
In eenvoudige vorm: ‘Dit gesprek doet me goed.’ Het gaat om de gehele mens. Het lichamelijk-, geestelijk en sociaal welbevinden. Je kunt zeggen: het geestelijk leven is het innerlijk leven, de ‘persoonskern’[94]. Het is de bron waaruit je leeft. Vanuit deze kern kijkt en beleeft de persoon zijn lichamelijke-, psychische- en sociale situatie.
Ex. 15:26 is bij deze functie belangrijk: ‘Ik de Here ben uw heelmeester’. In het Nieuwe Testament zien we dat Jezus hevige emoties heeft en met ontferming bewogen is. (Zie bijv. Mat 9:36,14:14; Marc 5:9; Luc 7:13,10:33) Jezus predikte het evangelie en genas de zieken (Zie bijv. Mat 4:24, 8:13, 9:35; Marc 6:5; Luc 22:51) In de naam van Jezus zien we dat de er bij de apostelen ook genezingen plaats vonden. (Zie bijv. Hand 3:6, 5:16, 8:7, 28:9) In 1 Cor 12:9 en 28 lezen we over de gaven van genezing.
Onder helen kunnen we verstaan: gebed, biecht, handoplegging, zalving, bevrijding, innerlijke genezing en vernieuwing van maatschappelijke en sociale omstandigheden.

2.2 Bijstaan

‘Dit is de troost en bemoediging die mensen in moeitevolle omstandigheden, als gevolg van verlies, verdriet, pijn en lijden, van een pastorale relatie ondervinden.’ [95]

In navolging van Clebsch en Jaekle onderscheidt Heitink een viervoudige taak. Dit zijn:

  1. Steunen
  2. Troosten
  3. Mobiliseren en hergroeperen van overgebleven krachten om de ander te helpen zijn situatie aan te kunnen
  4. Bouwen aan een nieuw levensontwerp

In de Bijbel is dit wel in de vorm van de ‘klaagvrouw’. Zo kan er een stroom aan emoties loskomen, wat voor een verwerkingsproces belangrijk is.
Troost is een afspiegeling van de troost van de God van Israël. (Jes.66:13). Troost voor de enkeling is troost voor het volk. (Jes 40:1). ‘Paulus roept in Rom 15:4 de gemeente op in de weg van volharding en vertroosting der Schrift de hoop vast te houden. En dat is een laatste element dat bij troosten hoort: het begrip hoop. Troost en hoop horen bij elkaar. Want waar geen hoop meer is, is alles verloren.’[96] Hofland benoemt drie aspecten van troosten:’ Iemand steunen opdat hij niet verder wegzakt dan nodig is en het verdriet zo mogelijk binnen de grenzen blijft. Maar even belangrijk is het bevestigen van iemands overgebleven kwaliteiten, hem daarop waar mogelijk aanspreken en tenslotte zijn leven mee helpen opbouwen binnen een nieuwe situatie. Dit zijn de drie aspecten van het begrip troosten.[97]
Troost voor de bedroefden, treurenden, zieken en gevangenen, weduwen en wezen. (Zie bijv. Mat 5:4, 25:36&43, Rom 12:15; Jac.1:27; Luc 10:33) Degene die troosten zijn de profeten of de broeders en zusters onderling. (Zie 1 Cor14:3, Fil 2:1, Jes 40:1) Daarboven staat de God van de vertroosting (Rom 15:5, Jes 40:1) Geloof biedt troost. ‘De troost van het christelijk geloven kan niet anders zijn dan de troost van Christus omdat we niet meer over God kunnen spreken, denken en doen buiten Hem om. Dankzij Hem weten we met al ons leed bij God terecht te kunnen. Christus is, als het er op aan komt en als alles en iedereen ons ontvalt, onze enige troost in leven en in sterven. Dat geloven we, maar met de vanzelfsprekendheid van dit geloven is het slecht gesteld.’ [98]

Bijstaan heeft een belangrijke betekenis in de crisisverwerking, zoals stervensbegeleiding en rouwverwerking. Vanuit theologische motieven wil troost zeggen: er is iemand bij je, je bent niet alleen. Je mag er zijn met al je gevoelens en emoties. Je hoeft je niet te verdedigen. De ander neemt je zoals je bent.[99]

2.3 Begeleiden

‘De leiding die van een pastorale relatie kan uitgaan, waardoor mensen zich gesteund weten om op grond van hun levensovertuiging keuzen te maken en beslissingen te nemen en zo te groeien in zelfstandig geestelijk functioneren.’ [100]
De mens moet in het leven beslissingen nemen. De pastor kan de ander helpen om keuzes en beslissingen te overwegen. De betrokkene moet zich niet gedwongen of gemanipuleerd voelen. De levenssituaties tegen het Licht van de Bijbel houden. We kunnen hierbij denken aan de tien geboden, de thora en wijsheidsliteratuur. De Jood ging wel om raad ‘bij de wijzen in de poort’. (Jer 18:18.) ‘De vreze des Heren is het begin der wijsheid’. (Spr 1:7)

Biecht en tucht werd door de eeuwen heen dé vorm van begeleiding. Vermaning zonder troost wordt wettisch in plaats van bevrijdend. Pastoraat moet niet beoordelend en veroordelend zijn, maar bevrijdend en begeleidend. God is een Vader en geen boeman of degene die met de zweep klaarstaat. Troost en vermaning horen bij elkaar.
De macht van Gods liefde biedt de beste garantie voor een leven in vrijheid en verantwoordelijkheid. God ís de liefhebbende Vader die het beste voor heeft met Zijn kinderen. De mens is iemand: een geliefd kind van God, kostbaar en waardevol. (Zie bijv. Jes 43:4; Joh 3:16) Dit mensenkind heeft leiding en sturing van God nodig. Hem gehoorzamen en dienen is goed voor zijn totale welzijn.[101]

2.4 Verzoenen

‘De betekenis die een pastorale relatie kan hebben voor mensen die vervreemd zijn van elkaar, van zichzelf of van God, om tot zichzelf te komen, aanvaarding en vergeving te ervaren en zo in nieuwe relaties te leren leven’.[102]
Zonde, schuld en verzoening staan in deze functie centraal. Alle mensen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God. (Rom 3:23) Door het verzoeningswerk van Jezus Christus is er herstel van de relatie met God mogelijk. (Zie bijv. Jes 53, Joh 3:16; Rom 5:8, 6:23; 1 Joh 1:9,10.) Er is niet alleen zonde tegen God, maar ook tegen de broeders, de naaste. (Zie bijv Gen 4:9; 37, Mat 4:12, 5:24, 18:21-35; Col 3:13) De schepping is in al zijn facetten aangetast: land (werk), eten, relatie met mens en dier en de communicatie onderling en met God. Opbiechten van zonde geeft opluchting. (Zie bijv. Ps 32:3; Hand 3:19) Maak het in orde met God en met elkaar. Wees elkander niets anders schuldig dan elkaar lief te hebben. (Rom 13:8)
Schuld behoort, naast angst en twijfel, tot de banale onlustgevoelens waar ieder mens mee geconfronteerd wordt. Belangrijk is om te ontdekken of de schuldgevoelens echt zijn, vastgehouden worden, aangepraat zijn of bijvoorbeeld door een depressie aanwezig zijn. Wat is er precies verkeerd? Waar is er spijt of verdriet over? Wat kan nog in orde gemaakt worden? Wat kan ‘plaatsvervangend’ in orde gemaakt worden? Pastoraat dat zich richt op herstel van relaties kan een belangrijke bijdrage zijn in de verzoening. Hierbij kun je denken aan contextueel pastoraat. Zowel op verticaal als horizontaal vlak. Het verleden kan zeker invloed hebben op het heden en doorgegeven worden naar de toekomst.

‘Al vertellend openbaart iemand aan ons iets van zichzelf. Wanneer we goed naar het verhaal luisteren, leren we zo iemand diep kennen: haar gevoelige plekken, haar pijn, haar liefde en zorgen. (…) Vertellende ordent de gesprekspartner misschien haar leven. Het gebeurde en beleefde vertellen is ook een vorm van verwerking.’[103] Jezus en de discipelen halen regelmatig mensen uit de geschiedenis aan. De geschiedenis van Sodom en Jona worden als voorbeeld voor de huidige en toekomende tijd gebruikt. (Zie bijv. Mat 2:17, 12:39-42, Marc 9:13, 10:3, Jac 5:11; Math 11:24; Rom 9:29; Judas 1:7; 2 Petr 2:6) De zonde of het liefhebben van God gaat door in de volgende generatie. (Zie Ex 20:5,6; Num 14:18,19; Deut 5:9; Jer 31:30; 31:34) In de Joodse liturgie is nauwgezet voorgeschreven welke verhalen er op welke tijdstippen voorgelezen dienen te worden. Zo blijft de geschiedenis van God met Zijn volk levend. Jezus gebruikt beelden en gelijkenissen om de discipelen iets uit te kunnen leggen. Zonder de geschiedenis levend te houden zouden de mensen steeds opnieuw zelf alles uit moeten vinden. Door deze verhalen en de verhalen van andere uit de geschiedenis kunnen wij leren hoe God met zijn volk en ons individueel om wil gaan. ‘Het voert tot verdieping van inzicht en kan helpen bij het “vervolg” van het eigen verhaal.’[104]
Laura Reedijk zegt: ‘Ik heb gezien dat verdriet van lang geleden in de ouderdom weer bovenkomt, vooral als er vroeger te weinig gerouwd is, omdat er geen tijd voor was, of omdat men zich het verdriet niet gunde omdat men meende flink te moeten zijn. Veel mensen huilen alsnog om wat zij vroeger hebben meegemaakt.’[105]
Met betrekking tot de oudere mens zegt Lindijer: ‘Bij het opmaken van een levensbalans, een terugblik over het leven, kan ook de vraag naar de zin een plaats krijgen. Een oudere vraagt zich af: Wat voor zin had mijn leven? Welke betekenis had het? Welke rode draad liep er door al die gebeurtenissen, door alles wat ik deed en naliet en alles wat me overkwam?[106]