5 Pastorale hulpverlening

In dit hoofdstuk stel ik het pastoraal theologische uitgangspunt samen. Op de pastorale praktijk ligt de nadruk. Eerst kijk ik naar drie algemene uitgangspunten. Daarna de basishouding van de pastor, de relatie tussen pastor en rouwende en pastorale functies. Vervolgens de bruikbaarheid van psychotherapie. Tot slot laat ik zien, hoe de combinatie pastoraat en psychotherapie kan zijn.

5.1 Algemeen

In grote lijnen zijn er drie meningen over pastoraat en psychotherapie[74]:

  1. Het zijn twee totaal verschillende methoden. Als christen moet je niet naar een rouwtherapeut gaan.
  2. Ze zijn met hetzelfde bezig alleen vanuit een ander gezichtspunt. De pastor zou kunnen samenwerken met een rouwtherapeut.
  3. Ze houden zich met hetzelfde bezig. Een pastor kan stoppen als de rouwtherapeut gaat begeleiden.

In de praktijk heb ik het nut van zowel de theologie als de psychotherapie herhaaldelijk ervaren. Ik kies nummer twee. Deze gedachte vinden we ook bij Faber, Heitink, Lindijer en Narromore.

Zelf zie ik het meer als twee kringen die elkaar gedeeltelijk overlappen. Daarom is het mijn inziens niet zinvol om elk aspect pastoraal theologisch te willen onderbouwen. Wel kan ik kijken naar wat de pastor specifiek meeneemt.

5.2 Basishouding

De pastor heeft een persoonlijke relatie met Jezus Christus. Hij laat zich leiden door de Heilige Geest en Gods Woord. Dit bepaalt verleden, heden en toekomst. Hij erkent dat ieder mens kostbaar en waardevol is.
Zijn basishouding is: echtheid, aanvaarding en empathie. Het levensverhaal is belangrijk. Een ontmoeting vindt dikwijls plaats als ‘dit verhaal hapert of stokt of door een ingrijpende gebeurtenis van buitenaf wordt verstoord.[79]
De pastor is dichtbij God en dichtbij mensen. Hieruit vloeit voort dat de pastor niet alleen theologische- maar ook mensenkennis heeft.
Verder kan de theologische positie van de rouwende en de pastor aanzienlijk van elkaar verschillen. Dit speelt vaak een onbewuste rol, die niettemin van grote invloed kan zijn. De pastor moet weten wat zijn persoonlijke theologische positie is. Ook de kerkelijke achtergrond van de rouwende en overledene kan een rol spelen in de begeleidding. Kennis van de verschillende kerkelijke achtergronden is dus noodzakelijk voor een pastor.
Bij een niet-christelijke rouwende en overledene zal ook zijn manier van zingeving een rol spelen in de rouwverwerking. Dit valt echter buiten deze scriptie (zie inleiding).

5.3 De relatie

De relatie tussen pastor en rouwende is een gekwalificeerde, in principe gelijkwaardige relatie, met een rolverdeling. De gesprekspartner heeft de hoofdrol. De pastor bewaakt het gespreksproces. Er is sprake van nabijheid. De pastor voelt mee en leeft zich in. Toch is er ook enige afstand. Hij kan nooit helemaal meevoelen. Dit moet ook niet, anders zou de pastor zelf radeloos en wanhopig kunnen worden. Door deze afstand kan hij helpend optreden en rust en uitzicht bieden.

5.4 Functies van pastorale zorg

De vier pastorale functies van Heitink (naar aanleiding van het onderzoek van Clebsch en Jaekle) zijn het meest bekend. Dit zijn helen, bijstaan, begeleiden en verzoenen.[80]

  1. Helen – Dit zijn de mogelijke positieve effecten die een pastorale relatie heeft voor de heelwording of integratie van mensen met het oog op hun geestelijke gezondheid en hun welbevinden in de ruimste zin van het woord.
    Onder helen kunnen we verstaan: gebed, biecht, handoplegging, zalving, bevrijding,innerlijke genezing en vernieuwing van maatschappelijke en sociale omstandigheden.
  2. Bijstaan – Dit is de troost en bemoediging die mensen in moeitevolle omstandigheden, als gevolg van verlies, verdriet, pijn en lijden, van een pastorale relatie ondervinden. Er is een viervoudige taak: 1. steunen, 2. troosten, 3. mobiliseren en hergroeperen van overgebleven krachten om de ander te helpen zijn situatie aan te kunnen en 4. bouwen aan een nieuw levensontwerp.
    Vooral de troost heeft hierin een belangrijke plaats. De troost van Christus. Bijstaan heeft vooral betekenis in de crisisverwerking. Vanuit theologische motieven wil troost zeggen: er is iemand bij je. Je bent niet alleen. Je mag er zijn met al je gevoelens en emoties
  3. Begeleiden – De leiding die van een pastorale relatie kan uitgaan, waardoor mensen zich gesteund weten om op grond van hun levensovertuiging keuzen te maken en beslissingen te nemen en zo te groeien in zelfstandig geestelijk functioneren. Biecht en tucht is door de eeuwen heen dé vorm van begeleiding. Echter vermaning zonder troost wordt wettisch, in plaats van bevrijdend. Bevrijdend en begeleidend en geen beoordelende of veroordelende houding. Troost en vermaning horen bij elkaar. Gods liefde biedt de beste garantie voor een leven in vrijheid en verantwoordelijkheid.
  4. Verzoenen – De betekenis die een pastorale relatie kan hebben voor mensen die vervreemd zijn van elkaar, van zichzelf of van God, om tot zichzelf te komen, aanvaarding en vergeving te ervaren en zo in nieuwe relaties te leren leven. Zonde, schuld en verzoening staan centraal. Pastorale zorg, gericht op herstel van relaties kan een belangrijke vorm hierin zijn.

In de rouwverwerking is de functie van bijstaan de meest belangrijke. Toch zullen de andere functies ook hun plaatsen hebben. Zie verder bijlage 2.

5.5 Bruikbaarheid psychotherapie

Is de psychotherapie klakkeloos over te nemen in het pastoraat? Nee.
De pastor moet de psychotherapie tegen het licht van de Bijbel houden. Een aantal voorbeelden:

De Bijbel is hét boek waaraan alles getoetst wordt. Dit is het uitgangspunt en aan de hand hiervan bepaalt de pastor of hij de psychotherapie zal gebruiken in de rouwbegeleiding.

5.6 Combinatie pastoraat en psychotherapie

En combinatie tussen pastoraat en psychotherapie is mogelijk. Maar hoe werkt dit in de praktijk? Een paar voorbeelden:

Een combinatie tussen psychotherapie en pastoraat is zeker goed mogelijk. Het is als twee cirkels die elkaar gedeeltelijk overlappen.

5.7 Samenvatting

Ik heb de voorkeur voor een combinatie van pastoraat en psychotherapie. De pastor is allereerst christen. In de relatie speelt de rouwende de hoofdrol. De pastor aanvaardt de rouwende onvoorwaardelijk. Hij neemt de vier functies helen, bijstaan, begeleiden en verzoenen mee. De psychotherapie kan met wat kanttekeningen toegepast worden. De combinatie tussen pastoraat en psychotherapie is zeker mogelijk. Dit is het pastoraal-theologisch uitgangspunt.