In 1974 maakte ik als leerling ziekenverzorgende voor het eerst kennis met de fasen-theorie van Kübler-Ross. Nadien heb ik nog verschillende boeken over dat onderwerp gelezen en bestudeerd.
Tijdens mijn stage in een zorginstelling maakte ik kennis met andere theorieën. Mijn belangstelling was gewekt. Wat is de reden voor deze verschillen? Wordt de begeleiding daardoor anders?
Na wat literatuurstudie ontdekte ik twee hoofdgroepen: de fasen-theorieën en de taken-theorieën. Voor een vergelijkend onderzoek, is uit elke groep één methode voldoende.
Ik kies de 'fasen-theorie' van Elisabeth Kübler-Ross en de 'taken-theorie' van J. William Worden. Wat is het verschil tussen 'fasen' en 'taken'? Is er een meerwaarde? Is één van de theorieën passiever, actiever, afwachtender of juist confronterender? Wat betekent dit voor mijn functioneren als pastoraal medewerker/geestelijk verzorger in een verzorgings- of verpleeghuis?[2]
In verliesverwerking speelt de levensfase en de godsdienstige achtergrond een rol. Tachtig procent van de bewoners in een zorginstelling heeft een christelijke achtergrond. Er wonen meestal oudere mensen. Ze zijn opgenomen met een medische en/of sociale indicatie. Ik kies voor (hoog) bejaarde rouwenden, met een christelijke levensovertuiging en zonder psychiatrisch ziektebeeld.
Rouwen doe je niet alleen na de dood van een persoon. Ook na bijvoorbeeld een verhuizing, echtscheiding, of de boodschap van chronische ziekte of handicap. Ik heb de verwerking na een natuurlijke dood van een volwassen christen in gedachte.
Bij de pastorale begeleiding denk ik aan de professionele pastor. Hij kan groepen en individueel rouwenden begeleiden. Ik kies de individuele begeleiding.
Ik ben tot de volgende vraagstelling gekomen:
Er wordt vanuit pastoraal praktisch oogpunt naar de vraagstelling gekeken. Het is een vergelijkend literatuur onderzoek. Aangevuld met praktijkvoorbeelden. Ik beperk mij tot de Nederlandse- of de in het Nederlands vertaalde literatuur. Ik besef dat ik dit onderwerp niet uitputtend kan behandelen. Ik bespreek de theorieën eerst apart en daarna vergelijk ik ze. Dit wordt het psychotherapeutisch uitgangspunt. Vervolgens stel ik een pastoraal theologisch uitgangspunt samen. Zo kan ik de vraag goed gaan beantwoorden.
Tot slot de samenvatting, bijlagen en de literatuurlijst.