Voorwoord

'Alleen en niet alleen'. Dat is de titel van mijn scriptie. De heer Glas, een bewoner uit het verzorgingshuis, gebruikte regelmatig deze uitspraak. Hiermee gaf hij aan dat hij na de dood van zijn vrouw wel alleen is, maar dat God ook bij hem is. Vroeger gebruikte hij deze verwijzing ook wanneer hij, als ouderling, een begrafenis leidde.
'Alleen en niet alleen'. Deze woorden bleven in mijn hoofd hangen. Een rouwende is alleen, maar heeft ook mensen om zich heen nodig. Een rouwende zal in de natuurlijke zin het ook alleen én niet alleen verwerken.
'Fasen en taken en in rouwverwerking' is de ondertitel. Staan de 'fasen' en 'taken' op zichzelf of kunnen ze ook (gedeeltelijk) samen vallen? Als pastor ben je alleen en niet alleen in de rouwbegeleiding. Je kiest een bepaalde methode én hebt een relatie met God.
De titel 'Alleen en niet alleen', is volgens mij heel passend en toereikend.
De ondertitel 'Fasen en taken in de rouwverwerking', verwijst naar de belangrijkste drie begrippen: fasen, taken en rouwverwerking.

De rouwverwerkingstunnel.
Joyce, mijn dochter, heeft de voorplaatillustratie geschilderd. Een tunnel, opgebouwd uit verschillende kleuren. Hiermee wil ik de verschillende aspecten van de rouwverwerking uitbeelden. Het is dikwijls een ingrijpende, verwarrende en moeilijke periode. Aan het eind van de tunnel schijnt het licht. Het licht van een nieuwe levensfase, met daarin een gepaste plaats voor de overledene en de warmte en het licht van Gods liefde en bewogenheid. Meneer Glas vond de rouwtunnel treffend en herkenbaar.

In deze scriptie staat een vergelijkend onderzoek tussen een fasen- en een taken-theorie centraal. Wat betekent dit voor de rouwverwerking na de dood van een geliefd persoon? In dit voorwoord, wil ik rouwverwerking één keer breed opvatten. Rouwen kun je om allerlei verliezen in het leven.

In 1991 moest ik leren leven met de gevolgen van een ernstige vorm van bekkeninstabiliteit. Mijn leven, ons gezinsleven, stond op zijn kop. Hoe moest ik nu verder met deze handicap? Dit viel niet mee als moeder in een gezin met drie jonge dochters. Met Gods hulp en kracht is het ons als gezin aardig gelukt om hier goed mee om te gaan. We vonden manieren om zinvol verder te leven [1].
In 1998 kwam daar grote verandering in. Ik volgde een speciale therapie in het 'Spine en Joint Centre' in Rotterdam. Het bleek Gods tijd en Gods plaats om een enorm herstel in gang te zetten. Ik kwam als de beste, van mijn groep, uit de therapie vandaan. (Ik ontdekte één voordeel in vergelijking met de andere vrouwen. Ik had mijn gevoelens, frustraties en gevoelens steeds zo eerlijk mogelijk bij God gebracht. Hij was mijn 'Rots in de branding') Het genezingsproces is verder gegaan. Ik ben voor 90 % hersteld én ervaringsdeskundige in verliesverwerking.
In de Azusa studiejaren zijn mijn vader, een vriendin en verschillende andere mensen overleden, ook deze ervaringen vormden mij. Het zijn waardevolle ervaringen in de pastorale rouwbegeleiding. Maar…. iedere rouwverwerking blijft uniek.

In 1999 kwam ik op de Azusa theologische hogeschool. Ik liep stage als pastoraal medewerker in diverse zorginstellingen. Ik kon mijn verpleegkundige- en theologische kennis goed combineren. Dit werk raakte mijn hart. Zo wil ik God en mensen dienen. Dit is de reden dat ik als geestelijk verzorger in zorginstellingen afstudeer.

Ik wil de volgende personen (en gemeente) in het bijzonder bedanken:

Tot slot: boven alles ben ik God dankbaar voor Zijn oneindige liefde, zorg en inspiratie.

Lunteren, maart 2002.
Gré van Schuylenburg-Meijer